Gedicht Tommy

Niet zijn krachtige pedaaltred, zijn flitsende demarrage,

noch zijn koersinzicht dat hij goed gesoigneerd in onze

kermisronde uitbundig etaleerde, troffen mij van hem.

Het zijn de blik waarmee hij de wereld voor zich wint

en bovenal zijn stem.

 

In schril contrast met de welhaast brutale twinkeling

der ogen trekt hij weemoedig in een floers van welgekozen

woorden zijn aanbidders aan.

Maar als zij hem animeren, wijst hij ze van de baan.

 

Nergens thuis, zelfs niet in zijn stoutste dromen,

zoekt hij voor het peloton is aangekomen,

de grens van het bestaan.

 

Albert Megens